Trimmen van de Schakel

Hieronder wordt de basistrim van de schakel behandeld. De trim hieronder geeft geen garantie voor een topklassering, maar geeft je in ieder geval een goede uitgangspositie om je boot verder te trimmen. Daarnaast ben je zelf verantwoordelijk voor enige schade of kapot materiaal tijdens het uitvoeren van onderstaande tips.

Volg de stappen zoals hieronder weergegeven. Leun niet achterover als je dit allemaal gedaan hebt. Wie mee wil doen met de beste schakelzeilers zal hier tijd in moeten steken door te trainen, wedstrijden te varen en verder te trimmen.

Trim benodigheden:
- Meetlint +7m
- Spanningmeter
- Harpsleutel of tang
- Stift/marker

Als je gaat trimmen maakt het niet veel uit of de boot in het water ligt of op een trailer staat. Zorg in ieder geval dat de boot stabiel en recht ligt.

Succes!

Stap 1. Mast er op zetten

  • Afmeting mast-spoor: De afstand vanaf het spant (voor het mastspoor) naar de achterkant van de mast mag niet meer dan 45 centimeter bedragen. Wanneer je besluit de mast toch verder dan 45 centimeter te plaatsen loop het risico je mast te breken met harde wind. Daarnaast is het in wedstrijden niet toegestaan.
  • Voorstag bevestigen: Nu je mast in het mastspoor staat en de maststeun kun je de voorstag bevestigen. Zorg er voor dat de voorstag vast staat in een klemmetje
  • Zijstagen bevestigen: Dit is per booot verschillend. Zorg er voor dat de 'spanners zo los mogelijk zijn en de mast een beetje achterover 'hangt' zo kun je makkelijk de zijstagen bevestigen. Eenmaal vast kun je mast wat rechter op zetten door de voorstag aan te trekken.
  • Fok: Nu kun je de fok er op zetten. Zodra je de fok er op heb staan kun je de spanning van de voorstag halen zodat de mast rust op de fok.

Stap 2. Masthelling

Nu ben je klaar om te gaan 'droog trimmen'. Je hoeft je grootzeil nog niet om hoog te doen, dit komt later. Je gaat nu eerst zorgen voor de juiste masthelling en de juiste stag spanning. Je hebt hierbij all boven genoemde atributen nodig. Je doel is om de afstand vanaf het topje van de mast tot de spiegel tussen de 620cm - 630 cm te brengen.

  • Meetlint: Monteer het meetlint aan je grootzeilval. Trek je val aan zodat het uiteinde van het meetlint bovenin het topje van de mast zit.
  • Zijstagspanning: je voorstag/fokken spanning staan maximaal los. Trek nu de spanners van je zijstagen aan, de mast gaat achterover hellen. Probeer eerst eens maximaal. trek nu aan het meetlint en zet deze achterop de spiegel (in het midden). Je meet nu de afstand tussen het topje van de mast en de spiegel. Deze zal nu ergens tussen de 605 cm en de 615 cm zitten.
  • Fokspanning: Om de juiste helling te krijgen (tussen de 620 cm en de 630 cm) kun je nu de mast rechterop zetten door aan je fokspanner te trekken. Blijf ondertussen meten. Gaat dit moeizaam? Probeer dan je zijstagen ietsje losser te doen. Let op! Er mag veel spanning op staan, wees niet bang als je stagen aanvoelen als een soort snaren, dit mag mits niet overdreven. Wanneer je tussen de 620-630cm zit heb je de juiste helling te pakken. Markeer de juiste afmeting op je spanners zodat je de volgende keer weet waar alles moet staan. 

TIP: Bij harde wind kan je ervoor kiezen om de mast iets verder achterover te hellen (620cm). Hierdoor kun je meer druk kwijt met extreme vlagen en is je boot beter te controleren. Bij zachte wind mag de mast wat rechterop staan. Voor de windse rakken kun je er voor kiezen om je zijstagen los te gooien waardoor je mast maximaal rechtop staat (extra druk in je zeil door meer oppervlakte). Let wel dat je bij de benedenboei alles weer moet aantrekken

Stap 3. Optuigen

Nu is het tijd om te varen! Bij het optuigen moet je er goed op letten dat je het grootzeil maximaal omhoog hijst (tot op de witte streep). Tijdens het varen moet je uitproberen hoeveel spanning je wil je varen op de hals, neerhaler en de spanning op je onder/achterlijk.  Ook de afstelling van je fok is een kwestie van uit proberen. Kun je niet hoog aan de wind of 'springt' je boot niet aan in een vlaag, dan kan het zeil de druk niet goed omzetten in snelheid. Zorg dus dat je fok niet of nauwelijks terugslag geeft in je grootzeil en het achterlijk bovenin van zowel je fok als grootzeil mooie 'open' waait. Dit kun je alleen maar weten door HEEL VEEL TE VAREN! En oefenen tegen anderen.

TIP: Met harde wind is het verstandig om met veel neerhaler spanning te varen (goed strak aantrekken). Voor de wind mag de neerhaler wel iets losser. Met zachte wind tot windkracht 3 heb je weinig tot geen neerhaler spanning nodig.

Stap 4. TRAINEN!

Oefen veel, het helpt je zeker. Vraag de meer ervaren zeilers. Iedere schakelzeiler wil je wel helpen en vertellen over zijn eigen boot.

Hopelijk heeft je dit geholpen.

 

En pas op! een slechte trim kan gevolgen hebben!